Bill Withers

Het Bejaarde Plaatjes Huis

Bill Withers

De soulzanger en eminent songschrijver Bill Withers is 4 juli 2018 tachtig jaar geworden. Het zal aan velen voorbij zijn gegaan want op die datum is het ook Independence Day in Amerika. Daarbij, Bill maakt al ruim dertig jaar geen platen meer Toch kennen we allemaal nog zijn muziek, via allerlei kanalen.

Als je uitblinkt heb je een keuze.

Tekst: Kees Smallegange

Bill Withers is zowel cynicus als opschepper, een stotteraar en twijfelaar, een gedreven technicus, timmerman, maar ook een zelfverklaard uitsteller. En hij is een zeer verwoed grappenmaker annex verteller. Kortom, een echter mens dan Bill vind je niet zo gauw. Daarnaast is hij een van de grootste singer-songwriters van zijn generatie, een waar poëet en troubadour. Al zal hij dat zelf niet direct beamen. “We zijn allemaal maar per ongeluk op de aarde beland. In die zin dat we niet de keuze krijgen hoe we eruitzien, hoe begaafd we zullen zijn, hoe lang of hoe sterk. Maar op een dag komt er iemand voorbij die opmerkt dat je uitblinkt. Dan heb je wel de keuze, als je gezond en goed genoeg bij je verstand bent, om daar iets me te doen. Of dat lukt, hangt sterk af van de mensen die je opvoeden en begeleiden als je jong bent.” Bill doelt hierbij op zijn eigen grootmoeder, Lula Galloway. Met haar ging hij als als kind naar de kerk in het minuscule gehucht Slab Fork – West Virginia – waar hij de meest ongekunstelde kerkmuziek leerde kennen. Die elementaire, akoestische gospel werd de blauwdruk voor zijn eigen werk. En over haar gaat Grandma’s Hands, een van de parels op zijn debuutalbum Just As I Am, de legendarische elpee uit 1971 waardoor de wereld ineens Bill Withers leerde kennen.

Valse Start

Jaren eerder begon zijn muzikale loopbaan met een valse start. Hij maakte in 1967 de prachtige single Three Nights And A Morning voor Lotus Records. De plaat was nog niet uit of de belastingdienst viel binnen bij dat label en nam alle tapes in beslag. De single flopte en Bill ging gewoon door met zijn dagbaan als vliegtuigmonteur. Wel bleef hij liedjes schrijven en leerde zichzelf gitaar spelen. Toen hij het vier jaar later voorzichtig opnieuw probeerde kreeg hij aanvankelijk allerlei afwijzingen. “Waar zijn die blazers?” En: “Waarom heb je geen achtergrondkoor?” waren veelgehoorde opmerkingen van platenbazen als reactie op zijn demo’s. Een schuchtere zwarte man – de dertig al gepasseerd – met alleen een gitaar die heel gevoelig en persoonlijk zingt, zonder bravoure, dat werd slecht begrepen.

Totdat hij via Forrest Hamilton – zoon van de beroemde jazzdrummer Chico Hamilton – Clarence Avant ontmoette, de baas van Sussex Records. Die wilde alleen weten of hij genoeg composities had om een album op te nemen. Als producer werd STAX-soulveteraan Booker T. Jones aangewezen, die een groep topmuzikanten organiseerde waaronder Duck Dun (bas), Al Jackson Jr. (drums) en Stephan Stills (gitaar). Toen Bill arriveerde voor zijn eerste studiosessie en al die beroemde mannen zag, vroeg hij vertwijfeld wie de liedjes ging zingen. “Dat ga jij doen”, antwoorde Booker, tot Bill’s grote ontsteltenis. Aldus geschiedde en nam hij twaalf songs op waaronder tien van zijn eigen composities. Op de plaat kwam een fraaie bewerking van die allereerste single, nu omgedoopt tot Harlem.

“Live At Carnegie Hall is een van de allerbeste livealbums ooit gemaakt.”

Moderne Gospel

Tussen het toeren door, maakt Withers in 1972 opvolger Still Bill, ditmaal met louter eigen werk. Volgens velen zijn beste studioalbum. Het levert weer twee hitsingles op: Use Me en Lean On Me, een soort moderne gospel waarvan inmiddels tientallen prachtige covers bestaan. Plus albumtracks als Lonely Town, Lonely Street en vooral Who Is He? (And What Is He To You)? Die ook in de versies van vele levens leiden. Zijn eerstvolgende plaat staat te boek als – ongeacht genre – een van de allerbeste livealbums ooit gemaakt. Live At Carnegie Hall (1973) bevat, naast schitterende uitvoeringen van zijn tot dan toe bekende werk, ook wat nieuw materiaal. Daaronder het uiterst wrange I Can ’t Write Left Handed over een militasir die tijdens de Vietnamoorlog zijn rechterarm verliest. Heel dapper, gezien zijn achtergrond bij de marine waarin hij – vlak na het behalen van zijn high school diploma – ruim negen jaar diende. De actualiteit van deze compositie bleek opnieuw toen John Legend het in 2010 – tijdens zijn korte toer met The Roots – uitvoerde, naar aanleiding van hun gezamenlijk album Wake Up!. Die bijna vijftien minuten durende versie een van de meest bloedstolende en soulvoll ‘anti-oorlogsverklaringen-op-muziek’die wij ooit hoorden.

Daarna volgt Withers een mindere periode. Niet dat creatief de koek op is maar druk om hits te blijven scoren en zich muzikaal te conformeren aan de tijd is groot. De zwarte muziek wordt vanaf 1974 gedomineerd door disco en vrijwel alle soulartiesten voelen zich ge noodzaakt om aan die rage deel te nemen. Bill voelt er niks voor. Hij verzamelt de toerband om zich heen, waarmee hij ook het livealbum maakte, en komt met het zelfgeproduceerde +’Justments. Dat levert hem geen internationale hits meer op, net zo min als de volgende twee albums, Making Music en Naked & Warm. Met de grootst mogelijke moeite blijft Bill trouw aan zijn troubadour-stijl, al zijn producties inmiddels iets rijker door de strings van Paul Riser en synths van Clifford Coulter. Uiteraard zijn er weer enkele topcomposities waaronder I Wish You Well en Hello Like Before.

Genegeerd door CBS Records

In 1977 scoort Bill opnieuw, nu met Lovely Day het openingsnummer van zijn lp Menagerie. De plaat bevat verder, zoals de titel al aangeeft, een mengeling van stijlen. Met voor het eerst ook een regelrechte concessie richting disco in She Wants To (Get OnDown). Een keuze die hij naderhand zelf ook betreurt. Na nog een aardig album, ‘Bout Love in 1978, is het dan ook gedaan met Bills platencarrière. Althans zo lijkt het. In een zeldzaam Zwweds radio-interview uit 2010 meldt hij: “Hoewel mijn oudere werk in toenemende mate populair werd onder jongere artiesten en luisteraars, kon ik zelf geen plaat meer maken. Hell, zelfs mijn telefoonverzoeken richting de A&R-afdeling van mijn platenmaatschappij CBS Records werden genegeerd. Twee jaar lang!

Dus toen ik de kans kreeg om Just The Two Of Us op te nemen met Grover Washington Jr. pakte ik die kans met twee handen aan. Ondanks dat het in 1981 een gigantische hit werd, duurde het nog tot 1985 tot ik zelf weer een album kon maken. Feitelijk heeft CBS Records mijn van 1978 tot 1985 uit de studio geweerd. Wat een rare tijden waren dat.. De enige reden dat ik in 1985 wel weer kon opnemen was omdat ik erin toestemde met een producer te werken – waar ik eigenlijk geen trek in had.

“Feitelijk heeft CBS Records mij van 1978 tot 1985 uit de studio geweerd.”

Die gast had een studio aan huis. Om je een indruk te geven hoe het eraan toeging; in dat huis liep continu een jong meisje rond geheel naakt. Ik voelde me daar heel ongemakkelijk bij, een kind vier of vijf. En die producer bleef maar aandringen dat het meisje met mij kwam spelen. Bizar was het, en dit is maar een voorbeeld. Ik was toen echt helemaal klaar met de platenbusiness en alle gekkigheid. They could kiss my West-Virginian ass! Alles wat er toen gaande was; disco, drugs – het was totaal niet aan mij besteed. Dat hele muziekgedoe vormde ook niet mijn essentie. Ik ben in eerste instantie een mens met waardigheid. Ik had voor mijn muziekloopbaan al een leven en een prima carrière en ging daar gewoon mee door. Ik ben weer dingen gaan maken, maar dan met mijn handen.”

Gebruiksrechten

Vanaf 1985 is Bill thuis voor zijn gezin gaan zorgen: voor zijn zoon Todd en dochter Kori, die inmiddels zangeres is. Hij is ook timmerman geworden die, a la acteur Harrison Ford, geregeld dingen maakt. Voor zichzelf of voor mensen in de buurt. Daarnaast coördineert hij samen met zijn vrouw Marcia alle rechten voor het gebruik van zijn vroegere composities. Iedereen die met zijn liedjes wil doen, heeft daarvoor hun officiële toestemming nodig. Met het geld dat die nummers genereren, hebben ze samen geïnvesteerd in onroerend goed en daar leeft het paar tegenwoordig prima van.

Voor zichzelf hebben ze een prachtige woning gekocht in West-Hollywood. Withers heeft wel een studio in huis maar weet nauwelijks hoe al die apparatuur werkt. En hij kan zich niet herinneren hoe het lang geleden is dat hij een gitaar in handen had. Dit alles kunnen we vernemen in de prachtige documentaire Still Bill die verscheen in 2009, naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag.