Berry Gordy; de kalm stuwende Motown-motor

Het Bejaarde Plaatjes Huis

Berry Gordy; de kalm stuwende Motown-motor

Tijdens zijn succesvolle loopbaan schuwde hij de publiciteit, maar hij heeft nu zijn autobiografie geschreven. Berry Gordy, oprichter van Motown Records, gaf jonge zwarte artiesten de kans hun vleugels uit te slaan….

Noem tien zwarte rolmodellen, luidde het verzoek van een Afrikaans-Amerikaans weekblad aan een groep studenten van de Howard University in Washington. Ouders en grootouders, dominee Martin Luther King, generaal Colin Powell, sport- en filmsterren figureerden prominent op de meeste lijstjes; managers en ondernemers ontbraken volledig. Dat is niet zo verwonderlijk.

Berry Gordy

Nog steeds zijn zwarte Amerikanen schaars in de top van het bedrijfsleven. Zelfs Berry Gordy, de oprichter van Motown Records, kwam niet op de lijsten voor. Het organisatorische en muzikale brein van Hitsville USA aan de West Grand Boulevard in Detroit is voor de generatie van de twintigers en dertigers een onbekende. Dat ligt vooral aan hemzelf. Zijn sterren werden met de ‘Motown Sound’ wereldberoemd, maar de grondlegger van het meest succesvolle Afrikaans-Amerikaanse muziekbedrijf meed in zijn 35-jarige carrière de publiciteit. Zelfs tijdens geruchtmakende ruzies met en processen tegen tekstschrijvers, muzikanten en zangeressen zweeg Gordy.

Motown, dat waren Smokey Robinson, The Supremes, Diana Ross, The Jackson 5, The Four Tops, The Temptations, Martha Reeves & The Vandellas, Marvin Gaye, Gladys Knight and the Pips, Jackie Wilson – in de jaren zestig en zeventig draaide het label op tientallen groepen en zangers. Maar alleen insiders associeerden Motown met de kleine, gedrongen Berry Gordy, die inmiddels in Californië woont. Pas nu, na het beëindigen van zijn carrière (1994 werd hij 65), treedt hij voor het voetlicht met zijn versie van de fascinerende geschiedenis van zijn platenmaatschappij. Na de publikatie van zijn autobiografie To Be Loved – The Music, The Magic, The Memories of Motown (1995  ISBN 0446602361) is hij op weg een bekende verschijning in de media te worden.

Hun aandacht richt zich vooral op zijn jarenlange verhouding met Diana Ross en op hun dochter Rhonda. Gordy maakte van Diana de grote ster van zijn show en dat veroorzaakte grote spanningen met andere groepen en zangeressen, onder wie Martha Reeves, van Martha & The Vandellas.

Zij vertelt in haar vrijwel gelijktijdig verschenen autobiografie, Dancing in the Street – Confessions of a Motown Diva (1994 ISBN 978-0-7868-6024-1), haar kant van het verhaal. Samen geven de boeken een beeld van de vriendschappen, de liefdes, maar ook van de wedijver en de jaloezie in de Motown-stal. In essentie is het verhaal van Reeves de geschiedenis van een jonge vrouw uit het getto van Detroit, die in de grote wereld carrière maakt, in het ongerede raakt door drugs en drank en daar weer bovenop komt.

Gordy’s verhaal is een aflevering uit de nooit eindigende serie ‘De Amerikaanse Droom’, die voor zwarte Amerikanen overigens aanzienlijk minder vaak in vervulling gaat dan voor landgenoten van Europese en Aziatische afkomst. Gordy, ook opgegroeid in Detroit’s getto, verliet voortijdig zijn school. Na zijn diensttijd in Korea zette hij met achthonderd geleende dollars Motown op en bouwde hij het label uit tot een miljoenenbedrijf, dat inmiddels eigendom is van Universal Music Group. Het idee een eigen bedrijf op te richten was afkomstig van William ‘Smokey’ Robinson, die zich net als tientallen andere zwarte artiesten ondergewaardeerd en uitgebuit voelde door de grote platenmaatschappijen.

Gordy had bewezen een talentvol tekstschrijver en componist te zijn. Klassieke nummers als Reet Petite, Lonely Teardrops en That Is Why, waarmee Jackie Wilson in de jaren vijftig de top van de hitparade bereikte, ontstonden in het hoofd van Gordy, terwijl zijn handen chroomstrips monteerden op de Lincolns en Mercury’s van de Ford Motor Company. Naast het schrijven van teksten hielp hij lokale groepen bij het zoeken naar studio’s en radiostations die hun platen wilden maken en uitzenden. Hij beschikte niet over een magische formule, maar stond open voor alle soorten Afrikaans-Amerikaanse muziek: jazz, gospel, blues. Uitvoerig vertelt hij hoe hij avond aan avond doorbracht in de Detroitse nachtclubs en gefascineerd raakte door vooral de jazz. Daar ontwikkelde hij zijn gevoel voor hits en voor muzikaal talent. Zijn grootste verdienste was het vermogen de beste, maar nog niet ontdekte zangers, muzikanten en tekstschrijvers uit de achterbuurten van Detroit op te sporen en aan zich te binden.

Holland, Dozier en Holland

Motown draaide niet alleen op zijn teksten en arrangementen, maar vooral op het werk van Lamont Dozier en Eddie en Brian Holland. Deze drie tekst- en muziekschrijvers, bekend als HDH (Holland, Dozier en Holland), waren met de huisband The Funk Brothers verantwoordelijk voor de Motown Sound. Het meeslepende, swingende geluid, waarop al snel in alle hoeken van Amerika en Europa werd gedanst, was het product van een groep innovatieve jazz-muzikanten, onder wie de pianist Joe Hunter. ‘De Motown Sound heeft een ritme dat je kunt voelen. (. . .) Je kunt Charlie Parker niet meeneuriën onder de douche, maar Berry Gordy wel’, aldus Hunter. Gordy, HDH en The Funk Brothers namen hun intrek in een huis aan de toen nog chique West Grand Boulevard, dat zij Hitsville USA noemden. Het huis, nu een museum, was zowel opnamestudio als restaurant en kantoor. Het werd een trekpleister voor tientallen artiesten, die er een aanzienlijk deel van hun tijd doorbrachten. Zeker in de begintijd speelde het familie-gevoel een grote rol. Oudere zusters van Gordy beheerden de financiën, bemanden de telefoon en roerden in de pannen. De zangers, zangeressen, muzikanten en tekstschrijvers waren allemaal jong, arm en zwart.

Directeur Gordy bemoeide zich letterlijk met alles; de zangeressen kregen zelfs spraak- en bewegingslessen. En als The Motown Revue op tournee ging, golden er strenge gedragsregels: geen drank, geen drugs, geen sex. Martha Reeves vertelt dat zangeressen die in het bed van bandleden werden betrapt in bijvoorbeeld het zuiden van Texas, door Gordy nog dezelfde dag vanuit Detroit telefonisch werden uitgefoeterd. Bezorgdheid over ‘zijn mensen’ speelde een grote rol. De rondreizende Motown Revue werd in het zuiden vaak racistisch behandeld en is zelfs een keer beschoten in Birmingham, Alabama.

De autocratische Gordy regelde ook de financiën en de contracten, die later een bron van ruzies en processen zouden worden. Met Mary Wells, de jaloerse Martha Reeves en zelfs met HDH ontstonden in de loop van de jaren zestig heftige conflicten toen de artiesten meenden dat Gordy ze te kort had gedaan. De ruzies liepen zelfs zo hoog op dat het HDH-team in 1968 Motown verliet. Volgens de muziekcritici is Motown die klap nooit te boven gekomen, maar Gordy gaat er nauwelijks op in. Hij heeft zijn autobiografie niet alleen geschreven om het succesverhaal te vertellen, maar ook als tegenwicht voor de vele verhalen over zijn gierigheid en bedenkelijke gemanipuleer met contracten, waarover onder anderen Martha Reeves nog steeds boos kan worden. ‘Hij hield ons kort en misbruikte onze onwetendheid door ons meerjarige contracten met lage salarissen en royalties te laten ondertekenen. Wisten wij veel dat wij bij andere maatschappijen een veelvoud konden verdienen?’, aldus Reeves. Zij erkent ook dat zij het moeilijk kon verkroppen dat van Diana Ross een superster werd gemaakt. Die strategie van Gordy heeft het turbulente leven van Reeves ingrijpend beïnvloed.

Het verweer van Gordy is dat hij altijd het modelcontract van de artiestenvakbond United Artists heeft gehanteerd en dat het merendeel van de zangers en groepen vrijwillig hun contract verlengden. ‘Motown was meer dan een bedrijf, het was een familie waarin iedereen elkaar hielp en steunde in een tijd van gespannen rassenrelaties’, schrijft Gordy, die zich diep gekwetst heeft gevoeld. Zijn belangrijkste argument is dat zijn critici niet beseften hoe moeilijk het was in de jaren vijftig en zestig een Afrikaans-Amerikaans bedrijf op te richten en in stand te houden. Geldschieters waren er niet en de grote maatschappijen wilde alleen race-music voor de zwarte gemeenschap uitbrengen.

Waar Gordy slaagde, mislukten tientallen andere zwarte producers. ‘Ik heb hen beroemd gemaakt. Mijn filosofie was gebaseerd op de manier van werken bij Ford. Ik wilde dat een jongen of meisje door de ene deur bij Hitsville USA naar binnen stapte om door een andere deur als wereldberoemde ster weer naar buiten te gaan. Dat is in de meeste gevallen ook gelukt. ‘Met het succes kwamen rijkdom, ruzies en roddels. Het meest venijnige gerucht is nog steeds dat Motown gefinancieerd werd door de mafia. Zelfs de FBI nam de verhalen serieus en onderzocht Motown op banden met de georganiseerde misdaad. Gordy bespeurt achter deze roddels afgunst en racisme. Zijn verkoopafdeling werd in die jaren geleid door Barney Ales, wiens Italiaanse afkomst de geruchtenstroom gaande hield. De aanwezigheid van blanke Amerikanen werd bekritiseerd door zwarte medewerkers, terwijl de blanke concurrentie naarstig zocht naar een verklaring voor het succes van Gordy. Talent, geluk en doorzettingsvermogen vormden blijkbaar geen afdoende verklaringen.Berry Gordy heeft, net als Martha Reeves, zijn levensverhaal geschreven op basis van een eigen selectie uit dagboeknotities en memo’s, inclusief gekleurde herinneringen aan gebeurtenissen of dialogen. Hoewel Gordy nauwkeurig en meeslepend de sfeer, de conflicten en de successen beschrijft, zal een onafhankelijke muziekhistoricus of journalist het echte verhaal over deze doorzetter moeten schrijven. De toekomstige biograaf zal ook zeker tot de conclusie komen dat Berry Gordy op elke lijst van zwarte rolmodellen thuishoort.

Oscar Garschagen

Berry Gordy: To Be Loved – The Music, The Magic, The Memoires of Motown.Warner Books, import Van Ditmar; ISBN 0 446 51523 X.
Martha Reeves & Mark Bego: Dancing in the Street – Confessions of a Motown Diva.Hyperion, import Nilsson & Lamm;  ISBN 0 786 86024 3.

Have your say