Huub van der Lubbe ‘Het leven is meestal ingewikkeld, en soms, heel even, wél simpel’

Het Bejaarde Plaatjes Huis

Huub van der Lubbe ‘Het leven is meestal ingewikkeld, en soms, heel even, wél simpel’

DOOR: JEROEN SCHMALE

Huub van der Lubbe grinnikt: ,,Moet je luisteren, grappig verhaal. In december hadden we de voorlopig laatste drie avonden met De Dijk. In Paradiso, heerlijke optredens. Een paar dagen na het laatste concert fiets ik door Amsterdam en halen twee jonge meiden me in. Ze kijken naar me, lang, en dan mindert een van die meiden vaart zodat ik haar moet inhalen. Zegt ze: ‘Het was gezellig bij u in Paradiso, hoor. Ik was er zaterdagavond met vriendinnen, het was hartstikke goed. Vroeger ging ik altijd met mijn ouders, maar nu met vriendinnen. Want ik vind de sfeer bij jullie altijd zo fijn’. Wat leuk, denk ik, en dat zeg ik ook tegen haar. ‘Wat leuk dat je erbij was’.”

Vanaf volgende maand staat Van der Lubbe weer op de bühne. Solo. De Dijk, dat komt later wel weer. Nou ja, solo, de rocker/dichter laat zich in Wat Speelt ondersteunen door Jan Robijns op piano en Jeroen van Olffen op bas. Met die voorstelling eert Van der Lubbe zijn muzikale helden.

Boven een kop verse gemberthee in het restaurant van het Tropenmuseum in Amsterdam legt hij uit: ,,Helden bestaan alleen maar in je hoofd. Zodra je meer van iemand weet, is-ie al bijna geen held meer. Dan krijgt-ie ook menselijke trekken, en blijkt hij – vanzelfsprekend – ook niet altijd even goed te pruimen te zijn, net als ieder ander. Ik had heus m’n helden vroeger, Faas Wilkes, Jacques Brel, om maar twee namen te noemen. Maar dat waren allemaal mensen die ik niet kende. Koester ze vooral in je hoofd.”

De eerste held, in het leven van de toen 12-jarige Huub van der Lubbe uit het Noord-Hollandse Krommenie: Cuby. Ofwel, Harry Muskee – de inmiddels overleden frontman van Cuby & The Blizzards. ,,Bij mijn buurjongen Gerrit hoorde ik hun elpee Desolation, met Ginhouse Blues, wow… De volgende dag weer luisteren, en weer. Man, wat was die plaat goed. En dan begint het te draaien in je hoofd. Ik wist zeker, al begreep ik de helft van de teksten niet, hier hoor ik iemand die het leven snapt. Ik zat net in de periode tussen dat ik kind was en dat ik dacht: hoe moet het nu toch verder met me? Dat je die eerste haren op je ballen eruit trekt, omdat je dat nog helemaal niet wilt. Ik wilde niet in die nieuwe wereld stappen. En toen hoorde ik Ginhouse Blues en dat maakte van Cuby een anker voor mij. Cuby zei, volgens mij: Het leven ís ook niet leuk. Maar later zul je het leven wel begrijpen.”

Olijke blik: ,,Ik heb nog steeds niet het idee dat ik er iets van snap. Het leven is in zijn totaliteit zo gecompliceerd, daar valt nauwelijks chocola van te maken. Voor mijn gevoel zong Cuby dat. Als je aan Harry zou kunnen vragen of dat de betekenis van zijn tekst was, zou hij waarschijnlijk mompelen dat hij maar wat zinnen had opgeschreven. Heldendom is voor 90 procent interpretatie.”

Later leerde u Muskee persoonlijk kennen. Werd ook hij toen ontmaskerd als held?

,,Met Harry kon ik ontzettend goed opschieten. Hij was hartelijk voor me en vriendelijk. Maar hij had ook een zekere Drentse stugheid, waarvan ik wel tegen hem heb gezegd: kom op nou, man. Zo wilde hij nooit meer met zijn gitarist Eelco Gelling praten. Omdat hij vond dat Eelco de band in de steek had gelaten. Er was ooit, hier in Amsterdam, een presentatie van een box met het hele werk van Cuby & The Blizzards. Ik was er ook, stond met Harry te praten en zag dat hij rug aan rug met Eelco stond. Letterlijk, misschien wel veertig jaar na de breuk. Dus ik zei: Harry, Eelco staat achter je. Is dit niet het moment om met elkaar te praten? Neuh, reageerde Harry. Toen dacht ik: dit is raar!”

Kunt u zich voorstellen dat u een held bent, voor nogal wat mensen?

Verlegen, ogen neergeslagen, stotterend: ,,Ik weet dat sommige mensen dat weleens zeggen. Of laten weten aan het management. Maar dat is puur op basis van hun ideeën over mij. Dus ja: dat kan ik me voorstellen. Ik heb ook zo m’n ideeën of waanideeën over mensen

. Maar echt: het zijn beperkte visies.”

Wat zijn die (waan)ideeën die uw fans over u hebben?

,,Dat vind ik zo’n onmogelijke vraag. Net als: hoe wil je na je dood herinnerd worden? Dat is aan anderen, daar ga ik niet over. Ik kan niet in het hoofd van de andere mensen kruipen.”

Maar wat zeggen mensen dan als ze hun bewondering uitspreken?

,,Zo direct gaat het niet, het loopt altijd via kantoor.”

Uw goede vriend fotograaf Bob Bronshoff vertelde dat hij een tijdje geleden met u in de rij stond voor een concert van Bruce Springsteen. En toen wilden andere concertgangers uw handtekening op hun kaartje hebben. Jullie keken elkaar aan en dachten allebei: dit is toch wel een beetje belachelijk.

,,Tja, wat moet ik daarop zeggen. Ik doe dat dan vriendelijk. Als ik die mensen er een plezier mee doe… Maar ik sta daar net als zij te wachten op Bruce Springsteen. Ook een held van mij. Of, nou ja, held… Gelukkig ken ik hem niet, hè. Ik las zijn autobiografie en dan blijkt hij toch behoorlijk rücksichtslos te zijn. Hij is echt The Boss, zo gedraagt hij zich ook. Die meedogenloosheid heb je misschien wel nodig om zo ver te komen. Maar die kant van zijn karakter kende ik niet. Hij ontmythologiseert zichzelf behoorlijk en is daardoor zeker geen grotere held voor me geworden. Dat is mijn hele punt dus: als je mensen leert kennen, zijn het al gauw geen helden meer. Al vind ik het in dit geval ook mooi dat Springsteen zo eerlijk is in zijn eigen boek. Dat werkt dan weer in zijn voordeel, als held.”

Heeft uw omgeving weleens moeite gehad met úw heldendom? Uw inmiddels volwassen dochter Mira bijvoorbeeld, als u herkend werd op straat?

,,Nee.”

Vindt uw vrouw Teuntje het lastig als er vrouwelijke belangstelling is voor de frontman van De Dijk?

,,Als ze erbij is en het zint haar niet, is ze daar altijd duidelijk over. En ik ook. Dan zeg ik meteen: dit is mijn vrouw.”

En als ze er niet is?

Grijnzend: ,,Dan zeg ik ook dat ik een vrouw heb. Bovendien valt het wel mee met die belangstelling. Het heeft er mee te maken hoe je erbij loopt. Kijk, je kan uitstralen dat je de zanger bent van een van de beste bands van Nederland: hé, zien jullie me wel? Maar dat lukt me niet, zo loop ik niet over straat. Ik reserveer die uitstraling voor de twee uur dat het optreden duurt. Dan moet ik dat zijn, en dan vind ik dat heerlijk, maar het beperkt zich tot dat moment. Daarna is het over, dan is het weer gewoon.”

Ook als jullie na een optreden nog een biertje drinken aan de bar?

,,Dat doen wij nooit, juist om die reden. Wij hebben een strikt deurbeleid bij de kleedkamer, er komt gewoon niemand in. Dat is voor onszelf, om geen getetter aan je kop te krijgen. Wat moet je nog zeggen na afloop, je hebt op toneel laten horen wat er verteld moest worden, je bent klaar, uitgeput. Het kan alleen maar teleurstellend zijn, zo’n ontmoeting. Ook voor de ander, want we kunnen nauwelijks iets terugzeggen. Bovendien, we staan daar in onze onderbroeken. De mensen zien je niet op je joviaalst.”

Jullie komen zo ook niet in de verleiding met groupies aan te pappen.

,,Het punt is: we zijn er niet zo in geïnteresseerd. Laten we wel wezen: een groupie is toch een speciaal slag man of vrouw, ik heb er niet zoveel mee. Als ik al iets speciaals heb met iemand in het publiek, is het eerder met een vrouw op de vijfde rij, die de hele avond aandachtig luistert en aan het einde van het optreden naar me lacht en knikt, als ik nog één keertje haar richting op kijk. Dan hebben we genoeg beleefd die avond.”

Is er tijdens een optreden ooit ondergoed naar uw hoofd geslingerd?

,,Wij zijn niet zo’n band. Dat voelt iedereen, kennelijk. We hebben niet zo’n publiek.”

Krijg je als band het publiek dat je verdient?

,,Ja, al vind ik ‘verdienen’ niet zo’n lekker woord. Maar qua mentaliteit klopt ons publiek bij wat wij doen, dat geloof ik wel. Je best doen, het er niet bij laten zitten, je iets aantrekken van de medemens en niet al te moeilijk doen.”

Het gevoel dat u kreeg van de muziek van Cuby & The Blizzards – mannen die het leven snappen – dat gevoel krijg ik bij De Dijk.

,,Dat is mooi.”

Maar net zei u dat u eigenlijk geen snars van het leven begrijpt.

,,Ja, ik heb het gevoel dat ik dat verwoord in een aantal liedjes. Dat het ingewikkeld is en dat je het niet zomaar 1-2-3 weet. Dat is misschien de reden dat mensen iets van zichzelf herkennen in De Dijk. Neem een lied als Simpel, dat we eigenlijk nooit meer spelen. ‘Het zou allemaal een stuk simpeler zijn, als het niet zo ingewikkeld was’. Of Wakker in een vreemde wereld: ‘Wat gebeurt hier allemaal?’ Ik verzet me tegen de gemakkelijke voorstelling van zaken die ze in reclames en slechte series en films geven. Het leven is niet eenvoudig, het gaat niet over rozen. Het is meestal ingewikkeld en soms – op verlichte momenten – heel even wél simpel. Dat probeer ik ook te zeggen in mijn liedjes: koester die momenten dat het wel fijn is. Straks is het allemaal weer anders. Hè, verdraaid, hoor je het? Daar heb je weer een van onze teksten, ha! Uit Wanhoop niet. We hebben het allemaal lastig en het wordt weer beter. Echt.”

Al blijft het leven dus ingewikkeld?

,,Ja. Wat wel gebeurt, op een zeker moment, is dat er een verzoening met dat gegeven optreedt. En dat moet je niet al op je 30ste overkomen. Op je 30ste moet je vechten voor de zaken die jou goed lijken. Strijden tegen de dingen waarmee je het niet eens bent. En dat kun je misschien alleen als je de illusie, de hoop of het geloof hebt dat het uitmaakt.”

En dat is weg op het moment dat die verzoening plaatsvindt?

,,Dat is op een bepaalde manier weg. Wat ervoor in de plaats komt is een besef van: misschien is het altijd wel zo gegaan.”

Wanneer trad die verzoening bij u op?

,,Tot twee jaar geleden vond ik niets leuker dan van de ene bezigheid in de andere te rollen; van een optreden naar een repetitie, naar een interview, naar schrijven. Zo van: vanavond met Teuntje naar het theater en daarna nog even daar en daar wat drinken, hup. Met de tong uit de mond bezig zijn en door naar de volgende activiteit. Dat heb ik niet meer. Ik denk nu: ho, ho, ho. Af en toe wil ik niets. Nou, dat is voor het eerst in mijn leven.”

Wat doet u als u niets wilt?

Hij klopt op zijn witte, binnenstebuiten gedraaide, linnen tasje: ,,Dan heb ik dit dagboek. Daarin schrijven is het meest relaxte wat ik ken. Ik doe het vanaf mijn 20ste. Ik schrijf weinig over de wereld en hoe het daarmee gaat. Ik denk altijd: als ik dat nodig heb, koop ik bij een antiquariaat zo’n hele reeks van Het aanzien van, daar staat het allemaal in. Of ik zoek het op internet op.”

Hij haalt een notitieboek uit zijn tas. Vast merk, Moleskine. Hij schrijft er steevast met een Waterman-pen in. Op verzoek leest hij zijn aantekeningen van de vorige dag voor. ,,10 uur op. Gitaren. Factuur verstuurd van een tegoed. Buikspieroefeningen. Balletje balletje.”Kijkt op: ,,Dat doe ik met zo’n suède balletje, dat moet ik dan minimaal honderd keer in één reeks hooghouden met mijn voeten. Als ik dat niet doe, komt mijn dag niet goed. Maar zie, gisteren: 171 keer.”

Vervolgt: ,,Cora hier, koffie, de laatste liedjes zingen, ook nog geld van de omzetbelasting terug, ik download foto voor Museumjaarkaart, vijl de nagels van mijn greephand, oefen goed gitaar, zing een paar takes van Maak van je shit een hit (‘een nieuw nummer, dat ook in de theatershow zit’), ga naar Maroeska’s verjaardag, gerookte poon en makreel, heerlijk. Gesproken met Tirza en Geert, met de dochters van Wendel en Chris, we hebben het over Hamilton, de musical. En met Reinier, wiens zoon in Rusland zit en bij een Russische vrouw een kind verwacht. Hij leeft in een bos, 100 kilometer van Moskou. Mira is ook mee naar Maroeska. 23 uur thuis, nog één aflevering van Peaky Blinders gekeken, niet gedronken. Vandaag: meteen alle liedjes van Wat Speelt op de gitaar gespeeld, buikspieroefeningen, muesli, scheren en interview. Of ik ook over helden wil nadenken.”

Hoe vaak leest u het terug?

,,Nooit.”

Waarom schrijft u het dan op?

,,Dan is het opgeslagen. Dan is het niet weg, dan raak ik het niet kwijt.” Het is een uitlaatklep. Ook in zijn donkerste jaren, toen bij zijn echtgenote twee keer borstkanker werd ontdekt en – meer recentelijk – ook Mira drager van het gen bleek te zijn.

Zijn zij toch helden voor u, ook al kent u ze door en door?

,,Ja, zij wel. Ja. Hoe zij zich staande houden, met alles wat ze meemaken. Mira is actrice, had afgelopen zomer op de Parade in Utrecht en Amsterdam een programma van een half uur over haar erfelijke belasting. Over wat er met Teuntje is gebeurd, hoe ze dat heeft meegekregen, de operaties van haar moeder toen ze klein was. En over hoe ze zich op haar 27ste heeft laten testen en dat ze weet dat ze dat gen ook heeft en hoe daarmee om te gaan. Echt een fantastische voorstelling. Het was nog tien keer beter dan ik had gehoopt. Luchtig, informatief, helder. Eerlijk, muzikaal, zat theatraal goed in elkaar. Ze gaat er nu het theater mee in en wordt uitgenodigd voor congressen van oncologen. Die gaan vaak over de medische, wetenschappelijke of farmaceutische kant van de zaak, waarbij de patiënt nogal eens wordt vergeten.

Maar het mooiste is om te zien wat het met Mira doet. Haar zelfvertrouwen is zo gegroeid door deze voorstelling, dat maakt haar weerbaar voor wat straks komt. Een ingreep straks is onvermijdelijk, maar ze kan altijd zeggen: ik heb er wel een mooie voorstelling over gemaakt. Ik was zo trots op Mira toen ik die voorstelling had gezien. Mensen uit het publiek die in tranen en elkaar troostend de tent verlieten. Tóen was ze een held voor mij.”

Wat trof u het diepst in haar verhaal?

,,Er zijn momenten in de voorstelling dat ik haar eenzaamheid zo goed voel. Bij een scan, een borstonderzoek. Het moment dat ze de uitslag kreeg – daar wilde ze ons niet bij hebben. De avond vóór die uitslag; zij alleen in haar bedje. Hoe haar hoofd dan tolt. Aan de andere kant: wij hebben haar altijd kunnen voorhouden dat ze mazzel heeft. Het is ontdekt, vroegtijdig, je wordt in de gaten gehouden en jij gaat er niet aan dood. En kijk, hier, je moeder. Zij is 63 en ze is er nog. Teuntjes moeder was 43 en was weg. Ook borstkanker.” Is er nog één verhaal om af te maken. Die jonge meid, op de fiets in Amsterdam, drie dagen na het laatste optreden van De Dijk in Paradiso. Ging vroeger met haar ouders, nu met vriendinnen. Van der Lubbe: ,,Ze zei: ik ga dus niet meer met m’n ouders naar u toe, maar zij waren er ook in Paradiso. En bij Mijn van straat geredde roos ging ik zoals altijd dicht bij mijn vader staan. Want dan moet-ie huilen en dat wil ik niet missen.”

Wat Speelt is vanaf 14 februari te zien in het hele land. Zie voor de speellijst huubvanderlubbe.nl

Have your say